Vergunningen SE Fireworks, gevestigd Tollensstraat 50

Enschede, 16 mei 2000

Algemeen
Het bedrijf SE Fireworks is sinds 1976 gevestigd aan de Tollensstraat 50 te Enschede. De Tollensstraat ligt in een van oudsher een industrieel gebied, er liggen in dit gebied bij het begin van de twintigste eeuw diverse grote textielbedrijven.

De milieuvergunningen
Oprichtingsvergunning 1977
De oprichtingsvergunning betreft een 13-tal bunkers (10 grote en 3 kleine), alsmede 1 werkruimte.
De maximaal vergunde hoeveelheid vuurwerk bedraagt in totaal 16.500 kg ‘klein vuurwerk’ in de grote bunkers, alsmede in totaal 1.950 kg ‘groot vuurwerk’ in de kleine bunkers. Met ‘klein vuurwerk’ wordt vuurwerk voor particulieren bedoeld, ‘groot’ vuurwerk is bedoeld voor professioneel gebruik.

Uitbreidingsvergunning 1979
Bij de bestaande betonnen bunkers werden 7 nieuwe MAVO-boxen of bunkers, uitgevoerd in gewapend beton, toegevoegd.
De maximaal vergunde hoeveelheid vuurwerk bedraagt vanaf dit moment in totaal 70.000 kg ‘klein vuurwerk’ in de grote bunkers, in totaal maximaal 14.000 kg ‘klein vuurwerk’ in de MAVO-boxen, alsmede in totaal 1.950 kg ‘groot vuurwerk’ in de kleine bunkers. Deze hoeveelheden gelden voor vuurwerk, in ongeopende originele houten vervoersverpakking.

Revisievergunning 1997
In 1997 is een zogenaamde revisievergunning verleend, omdat in het bedrijf het accent verlegd werd van het klein vuurwerk naar groot vuurwerk. Deze vergunning vervangt de voorgaande vergunningen, er werd een nieuwe vergunning voor het gehele bedrijf afgegeven. Er is met andere woorden sprake van een nieuwe uitgangssituatie.
De opslagmogelijkheden worden uitgebreid met de plaatsing van een 3-tal zogenaamde zeecontainers.
De maximaal vergunde hoeveelheid vuurwerk bedraagt vanaf dit moment in totaal 70.000 kg vuurwerk in de 10 grote bunkers, in totaal maximaal 14.000 kg vuurwerk in de 7 MAVO-boxen, in totaal 15.000 kg vuurwerk in de 3 kleine bunkers, alsmede in totaal 6.000 kg vuurwerk in de 3 zeecontainers.
Deze hoeveelheden gelden voor de ‘lichtere’ vuurwerkklassen. Voor vuurwerk uit zwaardere klassen gelden aangepaste, lagere hoeveelheden. Vuurwerk uit de zwaardere categorie moet opgeslagen worden in de kleine bunkers, en in 1 van de 10 grote bunkers, met een maximum van 500 kg per bunker.

Alleen in de werkruimte mag het vuurwerk onverpakt zijn. Bij werkzaamheden mocht er maximaal 100 of 250 kg vuurwerk aanwezig zijn in de werkruimte, afhankelijk van de gevarenklasse. De werkruimte, en de wijze waarop werkzaamheden werden verricht, was aan voorwaarden verbonden.

Veranderingsvergunning 1999
Tenslotte werd 1999 een tijdelijke vergunning voor een periode van 3 jaar verleend. De uitbreiding betreft het plaatsen van 11 zeecontainers. Vanwege de aanstaande milleniumwisseling werd een grote vraag naar vuurwerk verwacht. Ook zijn de toegestane hoeveelheden in de MAVO-boxen en zeecontainers opgeslagen vuurwerk verhoogd van 2.000 kg naar 3.500 kg.
In totaal mag er dan maximaal 158.250 kg vuurwerk in het bedrijf opgeslagen worden.
Van belang is voorts dat in deze vergunningaanvraag wordt aangegeven dat er niet langer met de zwaardere klassen vuurwerk wordt gewerkt in de werkruimte. Van deze klassen mocht alleen nog maximaal 2.000 verdeeld over 4 bunkers aanwezig zijn, in originele transportverpakking.

De procedure van vergunningverlening
Bij het verlenen van de vergunningen, zijn direct omwonenden aan de Tollensstraat door de gemeente aangeschreven. De bewoners werd gemeld dat er een concept-vergunning ter inzage was gelegd, men kon dan voor een periode van 4 weken bezwaar maken tegen de vergunning. In plaatselijke (huis-aan-huis-)bladen werd het bericht opgenomen in de (wekelijkse) publicatiepagina van de gemeente.

Naar aanleiding van de vergunningaanvraag uit 1997 werd er door één bewoner uit de omgeving van het bedrijf een bedenking ingediend. De bewoner merkte op dat de opslag van vuurwerk niet paste in een woonwijk. Het ging hier met andere woorden om een bezwaar van planologische aard. Het toetsingskader van een milieuvergunning, de Wet milieubeheer, biedt echter geen ruimte voor planologische bezwaren. De wet somt op welke aspecten milieuhygiënisch relevant zijn, en ruimtelijke-ordeningsapsecten worden niet in de wet genoemd. De bedenking is dan ook niet verder betrokken in de vraag of een vergunning kon worden verleend. Wel werd opgemerkt dat de gemeente maatregelen kon treffen indien geconstateerd zou worden dat gestelde voorwaarden door het bedrijf werden overtreden. Deze gestelde voorwaarden richtten zich onder andere op brandpreventie en –bestrijding.

In 1999 heeft niemand gebruik gemaakt van de mogelijkheid bezwaar aan te tekenen.

De handhaving van de milieuvergunning
Bij controles van de milieuvergunning wordt naleving van voorschriften, zoals die in vergunning zijn opgenomen, gecontroleerd. Controles worden periodiek uitgevoerd. In december 1999 heeft de laatste formele controle plaatsgevonden.
Bij een controle wordt steekproefsgewijs de feitelijke situatie vergeleken met de voorgeschreven situatie. Tijdens de laatste controle is geconstateerd dat de voorschriften voor zover gecontroleerd werden nageleefd.

De situering van het bedrijf
In 1977 werd op een groot industrieterrein, waar onder andere grootschalige textielbedrijven gevestigd waren, deze vuurwerkopslag gerealiseerd. Afgezet tegen deze omgeving ging het hier om een relatief klein bedrijf. Reeds kort na oprichting groeide het bedrijf vanuit de reeds verworven positie.
Geruime tijd wordt, vanuit planologische overwegingen, geprobeerd het bedrijf te verplaatsen. Gevaarsaspecten spelen hierbij geen rol, vanuit de inspanningen op het gebied van de stadsvernieuwing is het de bedoeling het gebied waar de Tollensstraat onderdeel van uitmaakt te herstructureren. Sinds enkele jaren wordt hier gewerkt aan het realiseren van de VINEX-locatie Groot Roombeek.