Enschede: Commissie van onderzoek

Enschede, 16 mei 2000

Op 13 mei 2000 heeft zich in Enschede een ramp voltrokken van nationale omvang.
Het college van Burgemeester & Wethouders van Enschede heeft het initiatief genomen om op korte termijn een onafhankelijk onderzoek van start te laten gaan naar de oorzaak of oorzaken van de ramp. Hiertoe zal het college in overeenstemming met de provincie en de co÷rdinerende Minister Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een onafhankelijke commissie van onderzoek instellen.
Met het instellen van deze commissie geeft het college inhoud aan de plicht neergelegd in artikel 2b van de Wet Rampen en Zware Ongevallen. Die wet geeft hen de opdracht tot het maken van een volledige analyse van de ramp en tot het zo nodig doen van aanbevelingen om een soortgelijke ramp in de toekomst te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken.

Als voorzitter van de commissie is benaderd mr.dr. M. Oosting, lid Raad van State en voormalig Nationaal Ombudsman.

De komende dagen zal door de drie opdrachtgevers (Gemeente, Provincie , Rijk) gewerkt worden aan het opstarten van het onderzoek. In dialoog met de beoogd voorzitter zal de taakopdracht worden verdiept, de samenstelling worden geregeld en de rapportage-lijnen worden vastgelegd.

Namens het Rijk treedt op de co÷rdinerend bewindspersoon, de Minister van BZK, die er op toe zal zien dat er sprake is van een integraal onderzoek, waarbij gesteund kan worden op de van oudsher door de respectievelijke inspecties te plegen reconstructie van de ramp.